Begin mei: Ik laat onderzoeker Will een geluidsopname horen die ik met mijn mobieltje maakte. In de bosrand bij het elzenbosje zong een vogeltje dat ik niet thuis kon brengen. Dat zegt niet veel, want ik weet nauwelijks iets van vogelgeluiden. De opname is niet duidelijk, maar Will is nieuwsgierig geworden. We lopen naar de plek. Van alles te horen, maar niets aparts. Ik heb de paden gemaaid en Will vermoedt dat de herrie van de gazonmaaier het zingende vogeltje heeft verjaagd. Niks aan te doen. Bij de zuidelijke poel hoort Will later een bijzonder vogeltje tussen het riet, een kleine karekiet. Volgende week beginnen we hier met de voorjaarsmaaibeurt. Wanneer we te dicht op de rietkraag maaien kan dat de kleine karekiet afschrikken die daar misschien gaat nestelen. Daar is wat aan te doen. Tijdens het maaien blijven we uit de buurt van de rietkraag. Een kleine aanpassing door een goede observatie.

Midden mei: We maaien de graslandjes 2 keer per jaar. Een keer vroeg in het seizoen als de grassen in bloei komen en een keer laat in het jaar. We doen niet aan bemesten, zaaien of planten. Door zo'n beheer veranderen graslandjes in waardevolle natuurgebiedjes. Tientallen bloeiende plantensoorten hebben hun plekje veroverd tussen alle grasachtigen. Dat ziet er leuk uit, maar is vooral goed nieuws voor allerlei insecten, amfibieën, kleine zoogdieren en vogels die bloemrijke graslanden nodig hebben om te overleven.

Maai-experiment: Afgelopen jaren maaiden we de best ontwikkelde stukken (veel bloeiende planten en open gras) een keer per jaar in september. Twee keer maaien is nodig om de “saaiste” stukken (veel dicht gras en minder plantensoorten) verder te ontwikkelen. Vanaf dit jaar splitsen we de voorjaarsmaaibeurt. Nu, half mei, maai ik het eerste deel, half juni doen we het tweede deel. Door die vroege maaibeurt te verdelen testen we hoe verschillende plantensoorten reageren op andere maaitijden. Uiteindelijk denken we zo meer variatie in de graslandjes te krijgen. De messenbalkmaaier loopt probleemloos en rond 10 uur is het maaiwerk klaar. Het maaisel kan drogen. Maandag en dinsdag gaan we het opharken en afvoeren.

Onderzoek: Onderzoeker Will installeert zich bij de grote poel en wanneer we klaar zijn met de klusjes controleert hij de nestkasten. Ik bekijk het insectenlab. Er is weinig activiteit. Het is geen insectenweer. Toch hebben de metselbijen afgelopen dagen niet stilgezeten. Omdat we elke week opschrijven hoeveel (en welke) gaten bezet worden krijgen we een aardig beeld van het “broedseizoen” van de metselbijen. Bij goed weer proberen we metselbijen en hun belagers op de foto te zetten. Een lastig werkje, omdat de beestjes niet vaak rustig blijven zitten. Met de foto's en de hulp van herkenningsapp Obsidentify hebben we al aardig wat namen achterhaald. Van een paar simpele blokken hardhout kun je veel leren.

''Uit het dagboek van Stan Sanders, vrijwilliger in de Robbert".

 

 

Nog net geen oktober: De lucht is helder lichtblauw. Boven de graslandjes hangen nevelflarden. De opkomende zon prikt er doorheen. Graslandjes in de schaduw zien er wittig uit. De dauwdruppels zijn vannacht bevroren. Wat later wordt de grote poel direct door de zon beschenen en stijgen nevelwolken op vanaf het water. Heel even kleuren die in hetzelfde geeloranje van de zon. Na een half uurtje is de ochtendvoorstelling alweer voorbij. Wie mooie dingen wil zien kan beter niet uitslapen.

Dode mol: Midden op het pad in het berkenbosje ligt een dode mol. Elk jaar vinden we er wel en altijd midden op een pad. Tussen struiken zullen ze ook doodgaan, maar daar vinden wij ze natuurlijk niet. Toch blijft het raar. Ze zien er altijd gezond en weldoorvoed uit. Het lijkt er op dat ze een gevecht met een soortgenoot hebben verloren. Mollen zijn zeer territoriaal en bevechten elkaar tot op de dood. Deze lijkt niet gewond of ziek, ziet er niet zwak uit en de vacht is helemaal intact. Ik leg hem op Tinekes bankje en maak wat foto's. Ik ga een plek bedenken om het mollenlijkje neer te leggen met de wildcamera erbij. Eens kijken wat er op af komt.

Waterbeestjes scheppen: Een jongen en een meisje struinen door de tuin en bestuderen het water in de poel. Ze hebben zin om waterbeestjes te scheppen. Er staat weer een laagje water en wij zijn ook wel benieuwd wat er zoal in zit. Wil haalt wat spulletjes en al gauw zit de eerste vangst in het bakje. De twee vissertjes vangen verschillende waterschorpioenen, verder een grote hoeveelheid watervlooitjes, torretjes, kokerjuffers en een pad. Veel van de beestjes zijn erg klein en lijken pas uitgekomen. Deze waterbeestjes herstellen zich blijkbaar razendsnel. De pad in het bakje houdt zich dood en we zetten hem terug in het water. Ondersteboven blijft hij minutenlang volhouden dat hij dood is en met rust moet worden gelaten. Dan vindt hij het veilig genoeg en gaat verderop tussen de drijvende waterplanten zitten.

Boze wespen: Ik stuur de nieuw afgestelde messenbalkmaaier over de helling bij de ingang. Halverwege botst de maaibalk tegen een groepje wilgenstronken en ik moet het maaien onderbreken. Een zwerm woedende wespen maakt me duidelijk dat ik te dicht bij hun nest ben gekomen. Het zijn kleine wespen maar ze menen het en ik moet de machine met draaiende motor achterlaten. Met een lange steel schakel ik de motor uit. Ik moet weer een sprintje trekken want de wespjes vinden nog steeds dat ik daar niks te zoeken heb. Ik ga koffie drinken. De machine haal ik op wanneer de wespen gekalmeerd zijn.

Betere kwaliteit maaiwerk: Vroeger kon het maaiwerk makkelijk twee maanden duren, deze keer verwachten we in 2 weken klaar te zijn. Nu we de maaibeurten sneller afwerken zien we de graslandjes gevarieerder en bloemrijker worden. Tot nu toe zijn er weinig mensen komen helpen met hooien. Nu komt alleen Rinus regelmatig helpen. Met een hele club is het natuurlijk gezelliger, maar we weten dat de meeste mensen niet altijd kunnen. Door ons opgevoerde werkschema schiet het goed op. Het maaiwerk heeft 10 werkuren gekost en 5 liter benzine verbruikt. Een mooie efficiënte score.

''Uit het dagboek van Stan Sanders, vrijwilliger in de Robbert"

  

Natuurtuin de Robbert wordt door onze stichting al bijna 30 jaar beheerd. De laatste tien jaar is het beleid, de inrichting en het onderhoud steeds meer geprofessionaliseerd met name door goeddoordachte onderhoudsplannen, jaarverslagen en monitoring van de verschillende natuurelementen. Met name binnen het kader van het Natuurplatform Helmond is de samenwerking met andere natuurorganisaties zoals het IVN intensief.

De afgelopen tijd hebben weer vele groepen leerlingen, scouts, IVN-leden en anderen van de Robbert gebruik gemaakt voor onderzoek of gewoon een fijne wandeling. Deze maand maken studenten van het ROC-ter Aa gebruik van de Robbert en de Bundertjes voor hun vak Natuur en Techniek.


Van de professionele bijenhouderij hebben wij jammer genoeg afscheid moeten nemen door met name verschillen van inzicht met betrekking tot langetermijnvisie en -inrichting van de Robbert.

Daarvoor in de plaats richten wij ons in de toekomst meer op de wilde insecten en willen we ons intensief bezighouden met educatieve projecten naast het bekende onderzoek naar het waterleven in onze poelen en natte weitjes ook met onderzoek naar wilde bijen en andere insecten door middel van een educatief bijenhotel.

Er gebeurt veel meer in de Robbert. Op de website www.derobbert.nl is hier alles over te vinden. Elke zaterdagochtend van 09.00 tot 12.00 uur is iedere bezoeker welkom. In de lente en de zomer zijn er daarnaast elke 3e zondag van de maand ’s middags open dagen.  

 

Copyright © 2013 --- Wijkraad Helmond Noord